2019 – In opdracht van PARK Zuid-Holland (Harm Veenenbos) werkte landschapsarchitect Peter de Ruyter met mijn ondersteuning aan een wenkend perspectief voor de Alblasserwaard in 2050, opgebouwd uit een robuust watersysteem en een veerkrachtige bodem. Het perspectief is onderdeel van een groter ontwerpend onderzoek gericht op bodemdaling in het Groene Hart.

De Alblasserwaard heeft, zoals veel veenweidegebieden te maken met bodemdaling. ‘Het grootste weiland van het Groene Hart’ kampt met een daling van gemiddeld een centimeter per jaar met alle gevolgen van dien voor funderingen, biodiversiteit, landbouw en de waterhuishouding . Het ontwerpend onderzoek om de bodemdaling sterk te beperken is gebaseerd op de rijke verscheidenheid aan bodemtypen in de Waard (van klei, naar klei op veen, naar puur veen), gekoppeld aan een robuust en volhoudbaar watersysteem in het licht van de klimaatverandering.

Het voorgestelde watersysteem voor de Alblasserwaard staat in een lange traditie van omgang met het water als landschapsvormend proces. Wereldberoemd is de Hooge Boezem van Kinderdijk met zijn molens en, van recenter datum, zijn karakteristieke gemalen. Toch is het de vraag of we met alleen maar meer gemalen – met snellere afvoer in tijden van wateroverlast en vervolgens inlaat van gebiedsvreemd water in tijden van droogte – het gaan redden. ‘Hoe harder we pompen, hoe harder we zakken’, zoals melkveehouder Teunis Jacob Slob het treffend formuleerde in dit onderzoek. Uit het oogpunt van bodemdaling is er veel voor te zeggen om, meer dan tot op heden gebeurt, het water langer vast te houden in de Waard zelf. Als we de sponswerking van het veen door bijvoorbeeld hogere winterpeilen beter kunnen benutten, betekent dit een substantiële aanvulling van de grondwaterstanden, minder bodemdaling en een meer weerbare uitgangspositie ten opzichte van het groeiseizoen en het droge zomerhalfjaar.

Een meer gedifferentieerd peilbeheer op basis van de bodem en de seizoenen stelt niet alleen eisen aan de interne robuustheid van het watersysteem, maar heeft ook gevolgen voor het bijbehorende landgebruik. Het mogelijk landgebruik is in dit ontwerpend onderzoek nader belicht aan de hand van twee scenario’s; ‘bodemdaling sterk remmen en bodemdaling stoppen’. Met name het scenario ‘bodemdaling sterk remmen’ lijkt op termijn kansrijk vanuit het perspectief van een vitale bodem, de sociaal-culturele traditie van ‘koe, melk en kaas’ en een robuust watersysteem. In dit scenario wordt een gebied van ongeveer 5000 ha in de Binnenwaard (het gebied rondom Bleskensgraaf) stap voor stap getransformeerd in één van de grootste aaneengesloten en daardoor robuuste weidevogelgebieden van Nederland. Binnen marges kunnen boeren in dit gebied zelf voor het peilbeheer zorgen (zij kennen hun land immers het beste) en voor het bijbehorende mozaïekbeheer met weidegang en uitgesteld maaibeheer. Het resultaat is een geschakeerd landschap vol van vogelgeluiden, geuren en kleuren; met “wolken grutto’s”, al dansend in de lucht.

Het ontwerpend onderzoek roept allerlei vervolgvragen op over nieuwe vormen van samenwerking en governance. Het wenkende perspectief is in die zin dan ook een vertrekpunt voor nader onderzoek naar bijvoorbeeld een ruilverkaveling 2.0 met een brede maatschappelijke doelstelling op het vlak van klimaat, biodiversiteit en toerisme; ‘Hoe krijgen we de juiste boer op de juiste plaats in het nieuwe landschap en wat kunnen we die als maatschappij langjarig bieden?’. Maar ook een mogelijke samenwerking met het inspirerende initiatief ‘Groene cirkels’ van melkfabriek De Graafstroom in Bleskensgraaf ligt voor de hand. Kortom, dit ontwerpend onderzoek is slechts een vertrekpunt voor verdiepend vervolgonderzoek naar een ‘Weerbare Waard’.

M.m.v. Hans Peter Föllmi fotografie, Arjan Karssen en Geertje Maagdenberg.

Download het einddocument hier.

Download het pleidooi voor het Groene Hart hier.